Toelichting Toelichting

Van het bestuur

In 2015 zijn wij begonnen met het houden van Cantatediensten in de Bethelkerk. Dit was een (bescheiden) voortzetting van de 20-jarige traditie van de uitvoering van de Bachcantates in de Grote Kerk in Vlaardingen op de zaterdagavond.
Met het houden van Cantatediensten op de zondagmiddag zijn wij teruggekeerd naar de oorspronkelijke bedoeling van Bach. De cantates van Johann Sebastian Bach (1685-1750) zijn composities voor koor, solisten en orkest. Ze bevatten koren, koralen, aria’s en recitatieven met teksten die afgestemd zijn op de verschillende zondagen van het kerkelijk jaar. Naast de uitvoering van de cantate is er een schriftlezing en een korte theologische uitleg, afgewisseld met orgelspel en samenzang. De cantatediensten vinden plaats in nauwe samenwerking met en onder verantwoordelijkheid van de Vlaardingse Protestantse Wijkgemeente Ambacht-Oost.
Deze diensten werden vorig jaar druk bezocht en het bestuur van de Stichting Cantates Vlaardingen en de wijkgemeente hebben daarom besloten ook in 2016 een viertal cantatediensten te houden.
De cantates worden uitgevoerd door het Vocaal Ensemble Basiliek Schiedam, begeleid door het West-Nederlands Bachorkest o.l.v. Arno Bons. De aria’s worden vertolkt door beroepssolisten. Zowel het kistorgel als het grote orgel wordt bespeeld door Arjen Leistra, die tevens de orgelsoli aan het begin en einde van de uitvoeringen voor zijn rekening neemt. De algehele muzikale leiding is in handen van de koordirigent, Bas van Houte. De cantatedienst van deze zondag wordt geleid door ds. Geb van Doornik.

Het uitvoeren van de cantates brengt kosten met zich mee.
Er wordt zoveel mogelijk kostenbesparend gewerkt, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit. Wij zijn verheugd dat verschillende fondsen en bedrijven ons financieel ondersteunen, maar ook een substantiële bijdrage van u als bezoeker is onontbeerlijk. Daarom een dringend verzoek aan u om – naar draagkracht – te geven aan de collecte. Zonder een bedrag te noemen vragen wij u te bedenken wat u zou betalen voor een vergelijkbare uitvoering elders.
 
Bestuur:
Hans Treurniet, voorzitter                                               Henk Sengers, webmaster
Wiesje Verhoef, secretaris                                              Alies Spliet, bestuurslid
Constand Wassink, penningmeester           


Colofon:
Stichting Cantates Vlaardingen, Plein 1940 nr. 22, 3135 PR Vlaardingen
Internet:      www.cantatesvlaardingen.nl
E-mail:         
Ingeschreven bij KvK te Rotterdam onder nummer 62103342
Bankrekeningnummer NL98 RABO 0301 2254 86 t.n.v. Stichting Cantates Vlaardingen
 

Cantatediensten worden in 2016 gehouden op:

zondag 24 april (BWV 12) - klik HIER om de dienst te beluisteren en HIER voor de liturgie
zondag 22 mei (BWV 39),
zondag 23 oktober (BWV 115) en
zondag 27 november 2016 (BWV 62).
 

INFORMATIE

J.S. BACH: Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (BWV 12)
Cantate 12 is een vroege cantate van Bach. Om precies te zijn: de tweede die hij componeerde sinds hij in maart 1714 aan het hertogelijk hof te Weimar was gepromoveerd tot concertmeester, een functie die hem verplichtte maandelijks een nieuwe cantate te componeren. BWV 12 ging in première op zondag 22 april 1714, de derde zondag na Pasen die in de liturgische agenda Zondag Jubilate heet, zogenoemd naar de eerste woorden van de introïtuspsalm (Psalm 66:1-3), Jubilate Deo omnes terra. De titels van de drie cantates die Bach in de loop der tijd voor deze zondag componeerde getuigen overigens niet van een jubelstemming: Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (1714, BWV 12), Ihr werdet weinen und heulen (1725, BWV 103) en Wir müssen durch viel Trübsal in das Reich Gottes eingehen (1728, BWV 146). Wel vertonen alle drie cantates een ontwikkeling van lijden naar vreugde; ze volgen daarin de evangelietekst voor deze zondag (Johannes 16:16-23) waarin Christus zijn discipelen verzekert dat angst en pijn in vreugde zullen verkeren..
 
Sinfonia
De inleidende Sinfonia is een meditatief klaaglied, het langzame middendeel van een hoboconcert gelijkend, waarin de hobo een zoekende, dwalende melodie speelt boven een strakke en rustgevende strijkersbegeleiding, die echter gaandeweg plaats maakt voor dalende lijnen.
 
Openingskoor
Het openingskoor, waaraan de cantate haar titel ontleent, heeft een driedelige A-B-A-structuur: het eerste deel wordt herhaald.
Het - herhaalde - eerste deel van het openingskoor kreeg uitzonderlijke bekendheid doordat Bach het aan het eind van zijn leven, 35 jaar later, zou bewerken tot het Crucifixus van zijn Hohe Messe. Qua vorm is het eerste deel van het openingskoor een chaconne of passacaglia: een statige hofdans in langzame driekwartsmaat, bestaande uit een reeks variaties op een twaalf maal herhaalde (ostinate) basfiguur van vier maten. Als basfiguur dient de beroemde, veelvuldig getoonzette lamento-bas, die in halve-toons-stappen (chromatisch) een kwart naar beneden loopt, een muzikaal-retorische figuur die vanwege de schrijnende halve-toonsafstanden wel passus duriusculus (zware gang) wordt genoemd en uitdrukking geeft aan smart en pijn (Angst und Not). De vocale partijen declameren de tekst met maximale expressiviteit. De laatste, twaalfde ´variatie´ is louter instrumentaal.
Het levendiger middendeel vertolkt, in een majeur toonsoort, de hoop die voor Christus' volgelingen schemert door het overheersend klimaat van lijden en beproevingen. Dan keert de sombere chaconne weer terug.
 
Recitatief (alt)
Het enige recitatief van deze cantate vat de evangelielezing bondig samen met de woorden van het Bijbelboek Handelingen 14:22. De zeer korte tekst krijgt nog een zekere omvang door de  viervoudige herhaling van het centrale woord Trübsal. De alt fungeert hier als stem van de gelovige (Wir); zij krijgt een veelzeggende strijkersbegeleiding. Dwars door alle wrange harmonieën van dit, in c-klein (c-mineur) geschreven stuk stijgen de eerste violen in lange noten een octaaf omhoog langs de C-groot toonladder; de alt geeft tekst en uitleg aan deze opgaande lijn: in das Reich Gottes eingehen. Tegelijk daalt de continuobas, iets minder gestaag, over een octaaf naar zijn laagste C, daarmee het tegenstrijdig karakter van de boodschap (treurnis / vreugde) onderstrepend.
 
Aria (alt)
De alt werkt Luthers antithetische theologia crucis nader uit in de ernstige aria: Kreuz (lijden, beproeving) en Krone (uitzicht op eeuwig leven) zijn twee zijden van een medaille. De muzikale vorm is een da-capo aria (A-B-A): in het A-gedeelte laat de hobo tot driemaal toe ongewijzigd zijn breed uitwaaierende melodie horen, de twee laatste keren is de vocale partij daar ingebouwd. In het B-gedeelte horen we slechts flarden van die hobo-melodie. Bach was echter blijkbaar niet tevreden met de bij een da-capo aria behorende tekstverdeling en laat de A-tekst (Kreuz und Krone) reeds terugkeren in het B-gedeelte (Christen haben alle Stunden...). Het antwoord van de gelovige op de voorafgaande ‘uiteenzetting' dient te zijn: navolging.
 
Aria (bas)
Dat wordt onmiskenbaar uitgedrukt doordat de vier partijen in de basaria  - bas, twee violen en continuo - het vastberaden stappende motief voortdurend in canon uitvoeren, een motief dat bestaat uit de eerste zes noten van het slotkoraal Was Gott tut das ist wohlgetan. Wanneer zonder een echt da-capo - de begintekst Ich folge.... nog één keer terugkeert breidt de bas de opgaande lijn uit tot meer dan een octaaf, een none; dat moet ons herinneren aan de opgaande lijn van alt en viool in het recitatief: de navolging leidt naar het rijk Gods.
 
Aria (tenor)
Met de tenoraria trakteert Bach ons op een uitzonderlijke combinatie van stemmen. In wat aanvankelijk een bescheiden continuo-aria lijkt te worden, op een hardnekkige basfiguur (Sei getreu), verschijnt onverwacht de trompet die de aria overstraalt met de enigszins versierde melodie van het koraal Jesu, meine Freude, een citaat waarvan de toenmalige toehoorders de tekst terstond zullen hebben herkend en als tweede betekenislaag aan de ariatekst toegevoegd. De structuur van de aria wordt bepaald door de structuur van het koraal dat de - veel koralen kenmerkende - Bar-vorm (A-A-B) heeft: enkele beginregels die worden herhaald. De triomfantelijke en zelfverzekerde trompetpartij in deze laatste aria contrasteert markant met de zoekende en klaaglijke hobopartij in de inleidende Sinfonia: een resumé van de cantate als geheel.
 
Slotkoraal
Aan het vierstemmig geharmoniseerde slotkoraal van Samuel Rodigast (1675) voegt Bach een hoogste, vijfde stem toe, waarschijnlijk te spelen door de hobo of de trompet, wat in de Weimarer uitvoeringspraktijk heel goed dezelfde speler kon zijn.
 
Bron: Eduard van Hengel
 

terug